Terug naar personenregister    Langendoen  (grafnummer 82A )

 

82A.  Jacomijntje Aaltje Langendoen  * Rockanje 19-11-1900 † Rotterdam 29-4-1924
 

Dochter van Roeland Langendoen en Willemina Jongejan.

 

  Nieuwe Brielsche Courant 2 mei 1924, p. 6:

 

  Jacomijntje Aaltje Langendoen †

Eindelijk dan nam haar lijden een einde op Dinsdag 29 April, na 8 maanden te hebben weerstand geboden aan de ziekte, die haar lichaam sloopte.
Als schoolmeisje reeds droomde ze van “verpleegster worden” en waarlijk, ’t verlangen, haar krachten te stellen in dienst der lijdenden, is haar bijgebleven. Een paar jaren geleden ging zij vol idealen haar roeping vervullen als leerling-verpleegster in ’t gem. Ziekenhuis aan den Coolsingel te Rotterdam. Hoe gelukkig gevoelde zij zich daar! MIJNTJE won de achting van allen die haar dagelijks omringden. En geen wonder! Haar zachtheid, vriendelijkheid en geduld, kortom, haar degelijkheid deed haar opvallen bij Directrice en medezusters.

 't Was ons een lust persoonlijk te hebben mogen opmerken, met hoeveel liefde zij in haar ziekte werd verzorgd. Helaas mocht deze liefdevolle verpleging haar niet in leven houden.
Berustend, zonder klagen, droeg zij haar lijden tot ’t einde kwam. Haar afsterven zal een droeve leegte geven. Doch wat blijven zal is de eerbiedige herinnering aan haar lieve persoonlijkheid en reine ziel.
            Zij ruste zacht.
            Tinte, 1 Mei ’24.     
                                                                     

Afbeelding vergroten

 Jacomijntje Langendoen
 

Afbeelding vergroten

Grafsteen Jacomijntje
 

Afbeelding vergroten

Steenn opgeknapt in 2012 door de werkgroep
 

Afbeelding vergroten

 

Afbeelding vergroten

Rouwkaart Jacomijntje Langendoen


 

Afbeelding vergroten

Ziekenhuis Coolsingel te Rotterdam



 

Afbeelding vergroten

Rouwadvertentie Jacomijntje Langendoen
 



 

 

BericBericht uit de Nieuwe Brielsche Courant van 3 mei 1924

 Rockanje, 3 Mei,  Scheiden, onverbidd’lijk scheiden van zijn zielsvriend of vriendin….heeft voor het fijngevoelig harte zulk een diepen, wreeden zin.

Is het niet of een zaag de zielen lief vereend door zachten band…. onmeedoogend daar vaneen rijt, met koelbloedig wreed verstand.
De begrafenis hedenmiddag van Mej. M. A. Langendoen – de leerlinge-verpleegster aan het ziekenhuis Coolsingel te Rotterdam – was te midden van killen regen en wind zoo diep weemoedig. Evenals in het ,, Haantje van den toren’’ kan ook van haar gezegd worden: ,,De kiem der wreede kwaal, die langzaam moordt als ’t sluipend gif en wis als grievend staal…. schoot wort’len in haar jonge borst…. een blijde lentegaard….en de arme kunst zocht weer naar het kruid, dat nergens wast op aard. Zij leed met lieve lijdzaamheid; ook waar van week tot week trots korte vleugjes van herstel…. haar teedre kracht bezweek enz.

Vanaf haar jeugd vervuld van de gedachte zich te willen wijden aan de grootsche taak der ziekenverpleging en daarin eenmaal werkzaam te zijn met heel haar hart werd nobele Mijntje Aaltje Langendoen zelf een ernstige patiënte en viel na langdurig voorbeeldig lijden zelf ten prooi dier vreeselijke kwaal.

En Zaterdagmiddag ongeveer 12 uur kwam daar – van uit Rotterdam – aan de stille hoeve van vader Langendoen Mijntjes stoffelijk overschot per statige lijkauto; de kist onder bloemen bedolven o.a. een prachtkrans van aronskelken en orchidëen namens alle zusters van ’t ziekenhuis; een krans van haar klasse-zuster, een krans van vader en zusters en broeders met een laatsten groet; een bloemstuk van de familie Witkop en de dames Gimbergh en Kolpa.

Na gevoelvolle woorden door ds. Witkop te midden van familie en vrienden over Mijntjes teeder gemoed, haar groote zelfopoffering, haar voorbeeldig lijden… en ook woorden van troost tot vader en familie naar aanleiding van het bekende ,,Wat God doet dat is welgedaan!’’ zette te ruim half een de droeve stoet zich in beweging, gevolg door een zevental familievolgrijtuigen en sluitende met den auto, waarin waren gezeten dr. Burgerhout, de Directeur v/h Ziekenhuis, mevr. Meijer, de Directrice, de Hoofdverpleegster, de zuster die Mijntje altijd heeft verpleegd en nog 2 collega’s…. deze allen gekomen uit hoogachting, waardeering en liefde voor de beminde doode, en om haar een laatsten groet te brengen.

En zoo naderde onder wind en regen en onder het droevig bim-bam van Rockanjes klokketoren de stoet den doodenakker, waar niettegenstaande het ongunstige weer vele belangstellenden waren toegesneld.

Toen de kist in de groeve neergelaten was en de kransen waren gelegd op het op grafkleed over de baar, brak – als een profetie van: ,,Leven. duurzaam leven kiemt op den akker van de dood’’ uit het bekende – ,,Op het kerkhof” – de zon door het wolkenfloers; blonk het haantje van de toren even in de blauwe luchten wees naar het zoele Zuiden heen’’…. en bedankte de heer B. Jongejan namens de familie Langendoen voor de eer aan de lieve doode bewezen; in ’t bizonder den Directeur, de Directrice en overige Zusters voor den grooten luister door hunne vriendelijke tegenwoordigheid bijgezet aan Mijntjes begrafenis, wat door de familie zeer werd gewaardeerd. Wij willen eindigen met deze woorden:  Zij sluim’ren niet in grafkuil vuns en kil, die w’onze dooden wanen en beweenen. Wat op de baar gaat plechtig grafwaars henen…. is niet de doode…. slechts zijn aardsch schil. Die grove schil diende den geest tot kluis; was in dit aardsche bestaan zijn werktuig tevens tot aanbrak daar de dag des nieuwen levens en dood slaakte den band met het wrakke huis. In reiner sfeer gaat voort dan ’t geestes leven, van wat op aarde zorgen baarde ontheven…. was hier door godsdienstzin en naastenliefde ’t leven schoon. Maar was het leven hier slechts grof en zinlijk; slechts koude zelfzucht…. trots…. onbeminlijk…. geen vreugd wacht nog de ziel in nieuwe woon’’. En waar nu Mijntjes leven was zelfverloochening, reinheid, beminnelijkheid….; daar kan men gerust zijn. Is dat voor de familie geen heerlijke troost !   

L. Goudswaard