Oorlogsgraven

   Temple Frederick Sinclair Clark  * ca.1918  10-5-1940
 

Temple Frederick Sinclair Clark, legernr. 535562, RAF, zoon van Daniel Donald en Mary Lunn Clark uit Wick, Caithness-shire, was telegrafist en boordschutter. Hij vloog in een Bristol Blenheim IV-bommenwerper, reg. nr. L8828, Basis Wyton, Engeland, die met nog elf andere toestellen van het 40e squadron een aanval deed op vliegveld Ypenburg op 10 mei 1940. Drie vliegtuigen gingen verloren. Dat van Clark stortte bij s-Gravenzande in zee. Zijn lichaam spoelde aan in Rockanje, bij paal 7, op zaterdag 15 juni 1940. Dokter J.H. van Soest ging naar het strand voor de lijkschouw, zoals dat bij drenkelingen gebruikelijk was. Op dat moment was goede identificatie onmogelijk: de Duitsers zagen in Clark een landgenoot en organiseerden de begrafenis.
 

Afbeelding vergroten
 

Afbeelding vergroten



 

Afbeelding vergroten
 



Bron: NBC 21-6-1940

 

 

 

 

 

 

 



Monument Familie Clark
Op het Old Municipal Cemetery te Wick in Schotland, met verwijzing naar Rockanje
 

 

 

Geallieerde soldaat krijgt begrafenis met Duitse militaire eer

Een speciaal peloton soldaten werd samengesteld, dat in begrafenispas moest aantreden. Speciale munitie werd gehaald om enkele soldaten een salvo te laten geven boven het graf. Een aantal Rockanjenaars moest de begrafenis bijwonen, onder wie burgemeester Zeeman, dokter Van Soest en dominee Kobus, die in het Duits het Onze Vader zou bidden. De Duitse weermacht bestelde een bloemenkrans en ook de NSB zou bloemen leggen bij het graf.

Op het laatste moment werd duidelijk dat het stoffelijk overschot niet van een Duitser was maar van een Engelsman. Toen was het blijkbaar moeilijk om de ingeslagen weg nog te verlaten. En zo gebeurde het dat, nadat dominee Kobus in allerijl een Engelse tekst had opgezocht, het peloton toch aantrad, dat de krans en bloemen werden gelegd en dat de Duitse Ortskommandant Clarus een sympathieke toespraak hield, die in het kort hier op neer kwam, dat - voor vriend of vijand - de vliegerdood een prachtige dood was. (En van de aanwezigen meent zich te herinneren dat het een Duitse veldpredikant was die vriendelijke woorden sprak en dat daarna een Duitse militair (Clarus?) juist scherp de onverzoenlijke vijandschap noemde.) Burgemeester Zeeman heeft waarschijnlijk de krans moeten bestellen. De rekening (f 10,-) is bewaard gebleven. Later bracht men alle kosten in rekening bij het Departement van Defensie.

Het was overigens niet uitzonderlijk dat geallieerde militairen door de Duitsers met militaire eer begraven werden.