Oorlogsgraven 

Gerald Thomas Reyburn  * 16-12-1921  25-10-1942
 

Gerald Thomas Reyburn, (Nr. R/126898 - RCAF) Amerikaan, was vrijwilliger bij de Royal Canadian Airforce (RCAF) in Engeland. Op 24 oktober 1942 om 19.25 uur steeg zijn toestel (hij was boordschutter op een vickers wellington Mk III) op van het vliegveld Grimsby in het zuiden van Engeland, samen met zeventig andere toestellen van de Royal Airforce (RAF), om Milaan te bombarderen. Het was slecht weer die nacht. Door de harde, bijna stormachtige wind werden de toestellen ver uit elkaar gedreven en wisten er slechts 39 het doel te vinden. Vier Wellingtons en twee Stirlings gingen verloren. Een van de Wellingtons was het toestel waar boordschutter Reyburn in zat. Het vliegtuig behoorde tot het 142ste Squadron. Ten westen van het eiland Schouwen stortte het ’s avonds of ’s nachts op 25 oktober 1942 in zee. Alle vijf bemanningsleden kwamen daarbij om het leven. Hun stoffelijke overschotten spoelden later aan op de Nederlandse kust en zijn in verschillende kustplaatsen begraven. Het stoffelijk overscht van boortschutter Reyburn spoelde aan op 2 december 1942 en werd de volgende dag op Maria Rust begraven.
 

Afbeelding vergroten

Afbeelding vergroten

Afbeelding vergroten

 

Zoektocht naar het graf

Willem Keller, inwoner van Rotterdam, werd tijdens een zakenreis in 1947 door een toevallige ontmoeting op een treinstation in de Amerikaanse stad Alexandria (Louisiana) op het spoor gezet van de hem onbekende G.T. Reyburn. Diens oudere broer H.L. Reyburn sprak de Hollander aan en vroeg hem in Nederland uit te zoeken waar de jongen begraven lag, want dat was de familie niet meegedeeld. Na terugkomst in Nederland ging Keller op onderzoek uit en ontdekte dat de gesneuvelde Reyburn in Rockanje begraven moest liggen. Burgemeester Zeeman van Rockanje schreef Keller op 3 mei 1947 dat op de algemene begraafplaats van Rockanje inderdaad een Amerikaanse soldaat, genaamd G.T. Reyburn begraven lag: “Zijn toestel schijnt in deze omgeving te zijn neergestort en de bemanning omgekomen. Reyburn is daarna op het strand aangespoeld en op 3 December 1942 ter aarde besteld, in het graf No. 33, Rij III, onder, in een afzonderlijk gedeelte der Algemene Begraafplaats, waar uitsluitend militairen (in totaal 18 van verschillende nationaliteit) zijn begraven”, aldus de burgemeester. In de brief staat verder dat het graf goed onderhouden was en voorzien van een ‘eenvoudig eikenhouten kruis met naam en datum van begraven’. “Tot mijn spijt”, vervolgde de burgemeester, “is het mij niet mogelijk U nadere bijzonderheden te verstrekken, aangezien de Duitse bezetters zich beijverden om alle gegevens of voorwerpen, welke op de slachtoffers werden gevonden, zelf te verzamelen en onder zich te houden.”

Kort nadat Keller de brief van de burgemeester had ontvangen, bezocht hij de begraafplaats in Rockanje en vond er inderdaad Reyburns laatste rustplaats. Hij maakte er enkele foto’s van die hij, met een vertaling van de brief, aan de familie van de gesneuvelde militair opstuurde. Vooral de moeder toonde zich bijzonder blij met de foto’s en de brief.

Bron: Andries Molengraaf, ‘Laatste uren van jonge Amerikaan zullen altijd een mysterie blijven’ in Brielsche Courant, 1-5-1997.