naar Nieuws

 

Maria Rust in Rockanje: elke begraafplaats heeft iets bijzonders

 

Artikel in Terebinth 27 (2013), nr. 3, pp. 8-9.


Korrie Korevaart

In het centrum van het dorp ligt achter een ligusterhaag een onopvallend stukje groen: de oude begraafplaats Maria Rust, aangelegd in 1828. Net als in veel dorpen is ook hier de oude begraafplaats een van de weinige cultuurhistorische monumenten. En ook deze doorsnee dorpsbegraafplaats heeft iets unieks, zoals een graf met een kruisbloem en een ‘tegeltjesgraf’.

 

Maria Rust deed in feite dienst tot 1950, toen het dorp een nieuwe begraafplaats kreeg. Op de oude begraafplaats vonden vanaf dat moment alleen nog bijzettingen plaats en de aandacht van de jongere generatie verschoof naar de nieuwe begraafplaats: daar lagen ouders en grootouders. Overgrootouders raakten langzaam maar zeker in het vergeetboek en de grafstenen op Maria Rust werden verwaarloosd.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw vatte het gemeentebestuur van Rockanje, eigenaar en beheerder van de begraafplaats, het plan op om Maria Rust geheel of gedeeltelijk te ruimen ten behoeve van een nieuwe weg, om zodoende de verkeersproblemen in het dorp op te lossen. Dat gebeurde ten slotte toch niet. Naar verluidt omdat er geallieerde militairen begraven liggen.

 

Restauratie

Pas in 2004 werd de begraafplaats op de gemeentelijke monumentenlijst gezet. Op initiatief van de werkgroep Maria Rust, opgericht in 2003 (als onderdeel van de Historische Vereniging Westelijk Voorne, HVWV), kwam er in 2008 een beleidsplan met een visie op de toekomst van de begraafplaats. Vanaf dat moment koos ook de gemeente voor het standpunt dat Maria Rust, als een van de weinige cultuurhistorische monumenten in het dorp, in stand gehouden diende te worden.

Dat resulteerde uiteindelijk in fondsenwerving door de werkgroep, met een restauratie van de grafmonumenten in 2011-2012 en een ingrijpende vernieuwing van de beplanting in 2012. Totale kosten: ruim 90.000 euro, waarvan de gemeente circa 40.000 euro voor haar rekening nam. Stichtingen en fondsen verleenden subsidies, bedrijven werden sponsor en particuliere giften zorgden ervoor dat de rest kon worden betaald.

 

Website

De werkgroep is tevreden, en gaat door. Ook met het vullen van de website, die de werkgroep sinds april 2007 bijhoudt (zie: www.begraafplaatsmariarust.nl), een prima middel om te laten zien wat de werkgroep doet en welke informatie er al over Maria Rust is verzameld. Sinds 2007 hebben bijna 8.000 mensen de site bezocht. Ze reageerden op de inhoud en leverden nog meer foto’s, kopieën van rouwkaarten, rouwadvertenties en ander interessant materiaal. Op de website is ook een overzicht te lezen van het wel en wee van de werkgroep. Een succesverhaal, zoals er tegenwoordig – ook dankzij het werk van De Terebinth – gelukkig meer te vinden zijn in ons land.

De werkgroep schaarde zich destijds achter wat Wim Cappers in 2002 in zijn boekje Doodse dingen schreef: ‘Funeraire cultuur bestaat niet alleen uit oude, mooie, spectaculaire of beroemde begraafplaatsen en graven in steden, maar ook uit recente, interessante, alledaagse of typerende uitingsvormen op het platteland.’ Dat geldt zeker ook voor Maria Rust: de begraafplaats is waardevol in de context van het dorp, juist vanwege die alledaagsheid en het feit dat ‘iedereen’ er ligt. Bovendien heeft zelfs zo’n gemiddelde dorpsbegraafplaats unieke aspecten, of het nu om de begraven personen of om de vorm van de graven gaat.

 

 Grafnummer 5

Afbeelding vergroten

Wat de vorm betreft, is bijvoorbeeld het graf van de familie Trouw erg bijzonder. Op 19 juni 2013 is het honderd jaar geleden dat Jacob Trouw overleed. Rond 1910 maakte hij een begin met de exploitatie van de geneeskrachtige modder van het Meertje de Waal in Rockanje. In de jaren 1912-1921 kwamen er talloze badgasten naar het dorp om een heilzaam modderbad te nemen. Behalve Jacob liggen er nog acht familieleden. Maar wat is dit monument precies, wat stelt het voor?

 

 Familiegraf Trouw, grafnummer 5.

 

De familie Trouw behoorde tot de notabelen en dat zien we ook aan het grafmonument: het is een opvallende grafzuil van 282,5 cm hoog, 93 cm in het vierkant.
 

Afbeelding vergroten 

Tekening van alle zijden. (Studio Architecture, Middelharnis.)


Verbazing wekt vooral de bekroning van de zuil: een plantachtig ornament, samengesteld uit vier grote bladeren, met middenin een soort stamper. Bij nader inzien gaat het om iets wat we ook tegenkomen op, bijvoorbeeld, de Utrechtse en Keulse Dom. Het is namelijk een ornament in de vorm van een omgekruld blad dat een hogel wordt genoemd. Dit ornament siert vaak de pinakels of daklijsten van grote gebouwen. Pinakels zijn spitse torentjes die, bijvoorbeeld, op de steunberen van de Utrechtse Dom staan. Ze accentueren het verticalisme in de gotische bouwstijl: de verticale elementen verwijzen naar omhoog, naar het hogere. Een pinakel loopt spits toe, de hogels zijn aan de zijkant bevestigd; de pinakel wordt bekroond door vier of zes hogels, die samen een kruisbloem vormen. Dat is de kruisbloem die ook de grafzuil van de familie Trouw bekroont, christelijk teken van de hoop en van de overwinning op de dood.

Over oorsprong en achtergrond van het grafmonument tast de werkgroep Maria Rust in het duister. We vragen ons natuurlijk af of het gebruik van hogels ook op andere begraafplaatsen bekend is.

 

Tegeltjesgraf

Veel kleiner is het grafmonument van Jan Pothof, overleden op 26 augustus 1938. Het is opvallend, omdat het een ‘tegeltjesgraf’ is: met een buitenkant van gemetselde tegels, die zo uit de gang of de badkamer lijken te komen. De zijkanten bestaan uit zwarte tegels, met ronde hoeken en zijden; daarbinnen zijn grijsgewolkte tegels gebruikt. De naam van de overledene staat op een zwart glazen plaat, bevestigd met vier koperen schroeven. Het grafsteentje heeft een duidelijk eigen stijl die lijkt op de Art Deco, terug te vinden in de architectuur van gebouwen en meubels uit de jaren dertig: zakelijk, strak en asymmetrisch.

 

Afbeelding verbroten


Veel kleiner is het grafmonument van Jan Pothof, overleden op 26 augustus 1938. Het is opvallend, omdat het een ‘tegeltjesgraf’ is: met een buitenkant van gemetselde tegels, die zo uit de gang of de badkamer lijken te komen. De zijkanten bestaan uit zwarte tegels, met ronde hoeken en zijden; daarbinnen zijn grijsgewolkte tegels gebruikt. De naam van de overledene staat op een zwart glazen plaat, bevestigd met vier koperen schroeven. Het grafsteentje heeft een duidelijk eigen stijl die lijkt op de Art Deco, terug te vinden in de architectuur van gebouwen en meubels uit de jaren dertig: zakelijk, strak en asymmetrisch.

 

 

 

Tegeltjesgraf van Jan Pothof.

 

In totaal zijn er op de begraafplaatsen in omliggende dorpen nog acht van deze grafmonumentjes te vinden en komen we ze op meer plaatsen in het land tegen. Ook over dit type ‘tegeltjesgraf’ zouden we graag meer weten. Kwam het zo van de steenhouwer? Zette de lokale metselaar het in elkaar naar andermans tekening? We weten het niet. Een vaag spoor via een catalogus naar de Rotterdamse firma De Nederlandsche Steenindustrie (ca. 1934-1984), van J. Walop, liep dood.

 

Bekende personen

Ook de plaatselijke notabelen liggen hier: ambachtsheren, burgemeesters en andere bijzondere personen, zoals de loods van de veerboot de Berlin. Deze boot ramde in 1907 de pier van Hoek van Holland – een ramp waarbij 128 mensen omkwamen.

 

Tot slot nog een tip voor het doel van een bedevaart voor de ware Couperus-liefhebber in dit Couperus-jaar: op Maria Rust bevindt zich het graf van Catharina Rica Geertruida Couperus (1850-1923), de oudste zuster van de bekende schrijver.